Er is iets dat ik al drie jaar opmerk in mijn bijberoep. Iets dat zachtjes aan mijn mouw trekt, soms luid roept, soms stilletjes fluistert. Iets dat ik voel in mijn buik, mijn borst, mijn ideeën, mijn dromen.
En toch… ik stel uit.
Ik blijf creatieve workshops geven — met plezier, met liefde, met volle overtuiging — maar ik neem die volgende stap maar niet. Die stap richting trainingen, richting lichaamsgericht werken, richting breinbewustzijn, richting het échte werk waarvan ik voel: dit is wat ik te doen heb.
En eerlijk? Ik weet perfect waar het vandaan komt.
🦫 Mijn breinbever houdt mij tegen (en hij bedoelt het goed)
Mijn loopbaanbegeleider zei ooit: “Begin dicht bij jezelf.” En dat deed ik. Creatieve workshops waren mijn veilige startplek. Een warm nest. Een gekende dam.
Maar nu, drie jaar later, zit ik nog steeds op datzelfde dammetje. Niet omdat ik niet verder wíl. Maar omdat mijn breinbever — die kleine patroonbewaker in mijn hoofd — roept:
“Ho! Onbekend water! Hier is het veilig. Daarbuiten… wie weet wat er gebeurt.”
En dat is eigenlijk volkomen logisch. Ons brein is gebouwd om gevaar te vermijden en energie te besparen. Nieuwe stappen? Nieuwe rollen? Nieuwe zichtbaarheid? Dat vraagt energie, onzekerheid, risico.
En dus zegt mijn breinbever: “Blijf maar even. Bouw nog een takje aan de dam. We hoeven niet te veranderen.”
Hallo perfectionisme. Hallo imposter syndrome. Neem gerust plaats.
En alsof dat nog niet genoeg is, schuiven er twee andere gasten aan tafel:
- Perfectionisme — niet alleen de stem die zegt dat alles perfect moet zijn, maar ook de stem die bang is voor wat anderen zullen denken. Dit heet socially prescribed perfectionism: de angst om beoordeeld te worden, om niet te voldoen, om zichtbaar te falen. Het is dus niet alleen “ik wil geen fouten maken”, maar vooral “ik wil niet dat iemand míj ziet falen.”
- Imposter syndrome — die zegt dat ik niet genoeg weet, niet genoeg ben, niet genoeg kan. (Onderzoek toont dat dit vaker voorkomt bij mensen die net wél competent zijn.)
En ergens tussen die twee zit nog een derde fenomeen dat ik maar al te goed ken:
Het bruistablet‑effect.
Ik bruis van de ideeën.
Echt bruisen — zo’n tintelend, sprankelend, “ja dit wil ik doen!” gevoel.
Maar in plaats van te handelen terwijl het bruist, wacht ik.
Ik wacht tot de bubbels zakken.
Tot het water weer stil wordt.
En dan… ben ik ontgoocheld.
Ontmoedigd.
Ik vergeet zelfs dat ik ooit zo enthousiast was.
Neurowetenschappelijk gezien is dat niet vreemd: opwinding en motivatie zijn tijdelijke neurochemische pieken (dopamine, noradrenaline).
Als je te lang wacht, zakt die golf weg — en neemt je breinbever het weer over met zijn bekende zinnetjes:
“Zie je wel, het was maar een idee. Laten we het veilig houden.”
En samen vormen al deze een soort innerlijke cabaretgroep die elke keer opnieuw hetzelfde stuk opvoert:
“Wie ben jij om dit te doen?”
“Wat als niemand het goed vindt?”
“Wat als je faalt?”
“Wat als je slaagt en het te groot wordt?”
Daar zit ik dan, met mijn notitieboek vol ideeën, mijn hart dat vooruit wil, en mijn breinbever die de deur blokkeert met een tak.
Stickman X en Y: de interne strijd in beeld
In de wereld van gedragsverandering wordt vaak gewerkt met het model van Stickman X en Stickman Y:
- Stickman X = het deel van jou dat vasthoudt aan het oude, het veilige, het gekende. (Hallo breinbever.)
- Stickman Y = het deel van jou dat vooruit wil, dat groeit, dat voelt dat er meer mogelijk is.
Beide delen hebben een functie. Beide delen zijn waardevol. Maar ze trekken aan twee kanten van hetzelfde touw.
En ik? Ik sta in het midden, met een touw dat soms aanvoelt als een elastiek.
Maar waarom blijf ik terugkeren naar die volgende stap?
Omdat er iets klopt. Omdat er iets in mij weet:
- dat ik graag onderzoek
- dat ik graag leer
- dat ik graag deel
- dat ik geniet van reflectie, inzichten, groei
- dat ik hou van het rimpeleffect dat ontstaat wanneer iemand iets nieuws begrijpt
- dat ik vrouwen wil helpen hun lichaam, hun brein en hun patronen te begrijpen
- dat ik voel dat dit mijn werk is
En dat gevoel blijft terugkomen. Zoals water dat altijd zijn weg vindt, zelfs langs de stevigste dam.
Uitstelgedrag is geen luiheid. Het is bescherming.
Uitstelgedrag is een stressreactie. Het is je brein dat zegt: “Ik weet niet hoe dit moet, dus ik stel het uit tot ik zeker ben dat het veilig is.”
Maar hier komt de wetenschap ons redden:
- Je brein verandert door herhaling.
- Je zenuwstelsel kalmeert door kleine stappen.
- Je zelfvertrouwen groeit door doen, niet door denken.
- Je breinbever leert door ervaring, niet door plannen.
Met andere woorden: Ik hoef geen sprong te maken. Ik mag beginnen met een stroompje.
En dus… wat nu?
Ik schrijf deze blog omdat ik voel dat ik klaar ben om te bewegen. Niet in één grote sprong. Maar in kleine, zachte, haalbare stappen.
Ik wil trainingen maken. Ik wil lichaamsgerichte workshops geven. Ik wil vrouwen helpen hun zenuwstelsel te begrijpen. Ik wil creativiteit blijven gebruiken als toegangspoort. Ik wil mijn kennis delen. Ik wil dat rimpeleffect.
En ja, mijn breinbever zal nog even morren. Dat mag. Hij mag zelfs mee op de boot.
Maar ik bepaal de richting.
Voor iedereen die dit herkent
Als jij ook zo’n innerlijke bever hebt die je tegenhoudt: je bent niet alleen.
Je bent niet kapot. Je bent niet zwak. Je bent niet “nog niet klaar genoeg”.
Je brein probeert je te beschermen. Maar jij mag kiezen waar je naartoe beweegt.
En soms begint dat met één zin. Zoals deze blog.
Voor de fun: “Hoe heet jouw breinbever?” Die van mij heet Boris Bever.🤪
Laat het me weten in de reacties hieronder.
De “breinbever” als metafoor, inclusief de bijhorende teksten, beelden, methodiek en visuele stijl, is een originele creatie van Rebecca Van Damme. Alle inhoud op deze website valt onder auteursrecht en mag niet worden gekopieerd, verspreid of gebruikt zonder schriftelijke toestemming.
Reactie plaatsen
Reacties