Wie ben ik nog als ik gehaast ben?

Gepubliceerd op 9 mei 2026 om 10:11

Er zijn van die dagen waarop ik mezelf betrap op een vreemd soort innerlijke haast. Niet omdat er écht iets dringend is. Niet omdat iemand op mij staat te wachten. Maar omdat mijn lichaam doet alsof. Alsof ik moet rennen. Alsof ik moet presteren. Alsof er iets belangrijks misloopt wanneer ik even stilval.

En eerlijk? Vaak kan ik niet eens benoemen wat ik dan precies moet doen. Het is geen concrete taak. Het is een spanningsveld. Een soort onzichtbare druk die zich vastzet in mijn lijf.

En precies daar raakt de tekst van David Dewulf me: “Wie ben ik nog, als ik gehaast ben?”

De haast die ons van onszelf wegtrekt.

Het leven lijkt steeds sneller te gaan. De verwachtingen hoger. Het moest niet vandaag — het moest gisteren. In die snelheid lopen we onszelf voorbij. We raken verstrikt in drie oude bekenden: gehechtheid, afkeer en begoocheling.

  • Gehechtheid: het vastklampen aan hoe dingen zouden moeten zijn.

  • Afkeer: het wegduwen van alles wat ongemakkelijk voelt.

  • Begoocheling: de illusies en verhalen die we onszelf vertellen, waardoor we niet helder zien.

Samen vormen ze een soort innerlijk mechanisme dat ons voortdurend vooruit duwt — weg van het nu.

Waarom we spanning voelen die eigenlijk over toekomst en verleden gaat

Die constante spanning in ons lichaam? Die heeft zelden iets te maken met het huidige moment. Ze gaat bijna altijd over:

  • wat er zou kunnen gebeuren,

  • wat we denken dat er van ons verwacht wordt,

  • of wat we vroeger hebben meegemaakt en dat zich als een patroon heeft vastgezet.

Het verleden leeft niet verder als herinnering, maar als ervaring die in ons systeem is blijven hangen. Als overtuiging. Als reflex. Als automatische spanning.

En de toekomst? Die vult ons brein moeiteloos in met scenario’s, verwachtingen en deadlines die vaak niet eens bestaan.

Afkeer: waarom wegduwen niet werkt

We denken soms dat het slim is om onaangename gevoelens weg te duwen. Maar afkeer maakt ze alleen maar groter.

Wat we vermijden, groeit. Wat we toelaten, verzacht.

Door moeilijke gevoelens toe te laten — zonder drama, zonder oordeel — ontstaat er iets onverwachts:

  • meer veerkracht,

  • meer dankbaarheid,

  • meer ruimte om te ademen,

  • meer aanwezigheid in het nu.

Niet omdat het leuk is, maar omdat het echt is.

Wanneer ik enkel nog functioneer vanuit spanning — wie ben ik dan nog?

Er is een punt waarop haast geen gedrag meer is, maar een identiteit. Waarop je niet meer doet alsof je moet rennen, maar bent iemand die altijd onderweg is naar iets dat nooit helemaal duidelijk wordt.

Dat punt herken ik maar al te goed.

Wanneer ik enkel nog functioneer vanuit dat opgespannen spanningsveld, dan verlies ik langzaam de delen van mezelf die mij… mij maken.

Waar is dan:

  • Rebecca die kan genieten van vogels die fluiten?

  • Rebecca die lacht om het eindeloze gebabbel van haar katten?

  • Rebecca die gewoon kan zitten kijken naar hoe Aaron speelt, zonder iets te moeten?

  • Rebecca die zo graag bijleert, nieuwe dingen ontdekt, zich verwondert?

  • Rebecca die moeiteloos creatief kan spelen met wat stiften en papier?
  • Rebecca die spelletjes speelt, plezier maakt, tijd doorbrengt met haar vriendin?

Waar gaat ze naartoe wanneer haast het overneemt?

Ze verdwijnt niet echt — ze raakt bedolven. Onder verwachtingen. Onder patronen. Onder oude reflexen die zeggen dat rust verdacht is en dat vertragen gevaarlijk voelt.

Maar precies daar zit de uitnodiging van mindfulness: niet om een betere versie van jezelf te worden, maar om terug te keren naar wie je al was voordat de haast het stuur overnam.

De uitnodiging van dit moment

Dewulf schrijft dat we uiteindelijk alleen maar dit moment hebben. Het verleden is een herinnering. De toekomst een gedachte.

En toch leven we vaak in beide tegelijk.

De uitnodiging is dus niet om perfect mindful te zijn, maar om respect en aandacht te cultiveren in elk moment. Om waakzaam te zijn voor die drie patronen — gehechtheid, afkeer en begoocheling — zonder ze te bevechten.

Gewoon zien. Gewoon erkennen. Gewoon ademen.

Wie ben ik nog, als ik gehaast ben?

Misschien is het antwoord simpel:

Ik ben iemand die even vergeten is dat ik al heel ben. Dat ik niet hoef te rennen. Dat ik niet hoef te presteren om te mogen bestaan. Dat ik mag thuiskomen in dit moment, precies zoals het is.

En misschien… ben jij dat soms ook.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.