Enkele weken geleden stapte ik een ruimte binnen voor wat ik dacht dat een soort opleiding zou zijn. Iets met uitleg, theorie, misschien een demonstratie. Je kent het wel: kijken, luisteren, notities maken, klaar. Maar neen. Ik belandde in een sessie emotioneel lichaamswerk. Echt emotioneel lichaamswerk. Met mensen. En gevoelens. En tranen. En handen vasthouden. En… ja, ik was daar dus NIET klaar voor.
Vanaf het eerste moment voelde ik een soort innerlijke weerstand opkomen. Niet omdat iemand iets verkeerd deed, maar omdat mijn systeem meteen in alarmstand ging. De groep — meer dan tien onbekenden — voelde voor mij te groot, te intens, te snel. En toen iemand naast me, die zelf door iets heel moeilijks ging, mijn handen vastnam en zei dat ze zich verbonden voelde met mij… merkte ik dat ik daar niet kon landen.
Zij was oprecht aanwezig. Ik alleen maar aan het overleven. Niet omdat ik dat wilde, maar omdat mijn lichaam dichtklapte. Ik probeerde vriendelijk te blijven, maar ik voelde dat ik niet echt kon openen. Het was simpelweg te veel, te snel, op een moment waarop ik geen ruimte had om te ontvangen.
Ik keek de hele sessie uit naar het einde. Vluchtdrang deluxe. En toen het eindelijk gedaan was, voelde ik me leeg, futloos, emotioneel uitgewrongen en lichtjes slechtgezind. De rest van de dag was ik een soort uitgeperste citroen met rugpijn.
En dat laatste vond ik interessant. Want waarom kreeg ik tijdens die sessie plots rugpijn? We deden geen extreme fysieke oefeningen. Ik had in februari in de fitness nog gezegd dat ik niet dacht dat er iets ernstigs aan de hand was — gewoon jaren van weinig bewegen. Logisch. Maar dit? Dit was anders.
En toen begon ik te puzzelen.
Want ja, ik geloof dat je lichaam dingen vasthoudt. Maar ik geloof ook in wetenschap, in het zenuwstelsel, in hoe ons lijf reageert op stress. En wat ik die dag voelde, was geen “vastzittende emotie” die eindelijk bevrijd wilde worden. Het was mijn lichaam dat keihard op de rem ging staan.
Mijn zenuwstelsel had namelijk allang beslist dat dit geen veilige setting was. Fight-or-flight stond op max volume. Mijn ademhaling ging omhoog. Mijn spieren spanden op. Mijn rug — die trouwe, gevoelige barometer van stress — trok zich samen alsof hij wilde zeggen: “Rebecca, dit is te veel. We gaan hier niet dieper in duiken. We gaan hier gewoon even… blokkeren.”
En eerlijk? Dat is eigenlijk heel logisch.
Wanneer je je overweldigd voelt, wanneer je geen controle ervaart, wanneer je emotioneel niet wil of kan openen, dan reageert je lichaam sneller dan je hoofd. Spieren spannen op nog voor je bewust beseft wat er gebeurt. Je rug is daarbij een van de eerste zones die protesteert. Niet omdat er een emotie “vastzit”, maar omdat je lichaam je probeert te beschermen.
Dus ja, mijn rugpijn kwam niet uit het niets. En nee, het was geen mystieke blokkade die ik moest “unlocken”. Het was mijn lichaam dat zei: “Dit is niet het moment.”
En dat besef bracht rust. Dezelfde rust die ik voelde toen ik besloot de volgende sessies te skippen. Ik hoef mezelf niet te forceren in iets waar ik nu niet klaar voor ben. Mijn lichaam had dat al lang door — ik moest alleen nog luisteren.
En toch… ik geloof wél in emotioneel lichaamswerk
Laat me één ding heel duidelijk zeggen: Mijn ervaring was heftig, maar het heeft mijn geloof in emotioneel lichaamswerk niet onderuitgehaald.
Integendeel.
Ik geloof dat dit soort werk ongelooflijk krachtig kan zijn. Ik geloof dat het lichaam soms sneller spreekt dan woorden. Ik geloof dat spanning, verdriet, patronen en oude reflexen zich kunnen tonen via beweging, ademhaling en aanraking.
Maar — en dit is een belangrijke maar — alleen wanneer de setting klopt.
Emotioneel lichaamswerk vraagt veiligheid. Vertrouwen. Een omgeving waarin je zenuwstelsel kan zakken. Een tempo dat bij je past. En vooral: toestemming van binnenuit.
Die dag had ik die dingen niet. Niet omdat de methode fout was, maar omdat de timing en context totaal niet matchten met waar ik stond. En dat is oké. Soms is het niet het werk dat niet klopt, maar het moment.
Ik geloof dus nog steeds in de waarde ervan. Ik geloof alleen nog meer in luisteren naar mijn lichaam — en dat zei heel duidelijk: “Vandaag niet. Misschien later. Of misschien nooit. Maar jij kiest.”
afbeelding met AI gegeneerd
Reactie plaatsen
Reacties